Ga direct naar de inhoud

Kennisbank

NLP begrippenlijst: alle termen in gewone taal

Kom je een woord tegen in een les of op de site dat je niet kent? Zoek het hier op. Elke term krijgt een korte uitleg en een voorbeeld waar je het gebruikt.

71 termen

A

Aan de knoppen draaien

Basisprogramma

Je verandert niet de gebeurtenis, maar de instellingen van je innerlijke beeld, geluid en gevoel — en test één knop tegelijk.

Waar je het gebruikt: Overal waar een herinnering of gedachte je stemming omzet.

Bekijk deze techniek

Ankeren

Termen uit de lessen

Een gevoel koppelen aan een klein signaal, zodat je het gevoel later terugroept.

Je knijpt in je duim op het moment dat je je rustig voelt. Doe je dat vaker, dan gaat dat kneepje het gevoel oproepen. Zo krijg je grip op je bui vlak voor een gesprek.

Antwoorden in dezelfde zintuiglijke taal

Basisprogramma

Je luistert naar de werkwoorden van de ander (zien, horen, voelen of feiten) en antwoordt bewust in diezelfde taal.

Waar je het gebruikt: Elk gesprek waarin het kwartje niet valt: uitleg, verkoop, feedback, mail.

Bekijk deze techniek

Associëren

Termen uit de lessen

In een herinnering stappen en het opnieuw voelen.

Je ziet het door je eigen ogen. Bij fijne momenten geeft dat energie. Bij vervelende momenten kun je beter dissociëren.

B

Basisprogramma

NLP Habits-woorden

Stap 1: twintig technieken die je dagelijks kunt gebruiken.

Van rapport en het meta-model tot ankeren en herkaderen. Bedoeld voor je gesprekken op werk en thuis.

Bewust vaag praten en dan zwijgen

Basisprogramma

Je zegt bewust iets open en vaag in plaats van te sturen, en laat daarna een stilte vallen zodat de ander zelf invult.

Waar je het gebruikt: Gesprekken waarin iemand vastzit in stress, details of twijfel en doorduwen niet werkt.

Bekijk deze techniek

C

Calibreren

Termen uit de lessen

Kleine veranderingen in iemands houding, stem en gezicht opmerken.

Je kijkt niet naar de woorden, maar naar wat er verandert. Ademhaling, kleur, tempo. Je merkt zo eerder dat iemand twijfelt.

Certificaat

NLP Habits-woorden

Het bewijs dat je een programma hebt afgerond.

Je krijgt het bij een betaald pakket, niet bij de gratis lessen. Het is een certificaat van deelname, geen erkend diploma.

Check, doe, check opnieuw, stop

Basisprogramma

Je bepaalt vooraf je harde eindpunt, doet één actie, checkt of het verschil weg is en stopt of wisselt van actie.

Waar je het gebruikt: Elke taak of gesprek waarin je blijft doorgaan zonder dat er iets verandert.

Bekijk deze techniek

Chunken

Termen uit de lessen

Groter of kleiner denken over hetzelfde onderwerp.

Omhoog chunken is vragen: waar gaat dit eigenlijk over? Omlaag chunken is vragen: wat betekent dat concreet, morgen om negen uur? Handig als een gesprek vastloopt.

Congruentie

Termen uit de lessen

Je woorden, je stem en je houding vertellen hetzelfde verhaal.

Iemand zegt ja en schudt licht nee. Dat voelt scheef. Ben je congruent, dan geloven mensen je sneller.

D

Dagopdracht

NLP Habits-woorden

De opdracht van vandaag in je habittracker.

Altijd concreet en klein. Eén gesprek, één vraag, één moment. De theorie staat in de les, het doen zit hier.

De eerste oogbeweging lezen

Basisprogramma

Je stelt een vraag en let puur op de eerste oogbeweging: omhoog is een beeld, opzij is geluid, omlaag is gevoel of innerlijke dialoog.

Waar je het gebruikt: Elk gesprek waarin je wilt weten hoe iemand zijn informatie ophaalt.

Bekijk deze techniek

De kettingreactie ontmaskeren

Basisprogramma

Je loopt bij een sterke reactie de vijf stappen terug: wat gebeurde er, wat liet je weg of vervormde je, welke film draaide je, welk gevoel en gedrag kwam eruit — en welk resultaat leverde dat op.

Waar je het gebruikt: Bij elk moment van stress of irritatie, klein of groot.

Bekijk deze techniek

De succesformule van een ander kopiëren

Verdiepingsprogramma

Je kiest één specifieke vaardigheid van iemand die er goed in is, ontdekt het zichtbare gedrag én de interne stap, en probeert het eerst exact na te doen.

Waar je het gebruikt: Op je werk, thuis, in gesprekken — overal waar iemand iets doet wat jij ook wilt kunnen.

Bekijk deze techniek

De Swish

Basisprogramma

Je zet het beeld van je oude gewoonte levensgroot voor je, plakt een klein beeld van de gewenste jij in de hoek en laat dat razendsnel omwisselen.

Waar je het gebruikt: Thuis, vlak nadat je de gewoonte herkente. Zes herhalingen per ronde.

Bekijk deze techniek

De vier pijlers langslopen

Basisprogramma

Voor en tijdens een gesprek check je vier dingen: weet ik wat ik wil, kijk en luister ik scherp, ben ik flexibel, en zet ik een concrete stap.

Waar je het gebruikt: Elk gesprek dat ergens toe moet leiden: overleg, feedback, thuis, telefoon.

Bekijk deze techniek

De voorkeursknop van de ander gebruiken

Verdiepingsprogramma

Je hoort welke van de zes voorkeursstanden iemand aanzet en gebruikt precies die woorden terug.

Waar je het gebruikt: Overleg, verkoop, mail en thuis.

Bekijk deze techniek

Dissociëren

Termen uit de lessen

Naar een herinnering kijken alsof je het op een scherm ziet.

Je stapt uit het beeld en kijkt van een afstand. Nare herinneringen worden zo rustiger. Het tegenovergestelde heet associëren.

E

Ecologie

Termen uit de lessen

De check of een verandering ook klopt voor de rest van je leven.

Je wilt vaker nee zeggen op werk. Wat betekent dat voor je collega's en voor je thuis? Past het niet, dan pas je je doel aan.

Een andere betekenis kiezen die ook waar is

Basisprogramma

Je houdt de feiten hetzelfde en kiest een andere betekenis, context of positieve bedoeling die je wél in beweging zet.

Waar je het gebruikt: Bij tegenslag, kritiek, afwijzing of gedrag van anderen dat je irriteert.

Bekijk deze techniek

Een vaste gedachte bijstellen

Verdiepingsprogramma

Je schrijft de gedachte die je remt letterlijk op, zoekt drie momenten waarop hij niet klopte, bouwt een geloofwaardige tussenzin en bewijst die met actie.

Waar je het gebruikt: Aan tafel, en daarna in de situaties waar die gedachte je remt.

Bekijk deze techniek

Eén vooronderstelling als bril opzetten

Basisprogramma

Je kiest bij wrijving één van de 8 NLP-vooronderstellingen, doet alsof die waar is en past daar je eigen reactie op aan.

Waar je het gebruikt: Elk moment van irritatie of onbegrip: thuis, op het werk, in de app-groep.

Bekijk deze techniek

Eén vraag die het slot eraf klikt

Verdiepingsprogramma

Je vangt de vaste koppeling "als ik X doe, gebeurt Y", stelt één vraag die een ander kader opent en laat daarna een stilte vallen.

Waar je het gebruikt: Coachgesprekken, overleg, en je eigen hoofd.

Bekijk deze techniek

F

Feit en verhaal uit elkaar trekken

Basisprogramma

Je zet een moment van spanning op pauze en scheidt de kale feiten van het verhaal dat je er zelf bij bedacht.

Waar je het gebruikt: Overal waar je hartslag omhoog schiet: een appje, een opmerking, een blik, een deadline.

Bekijk deze techniek

Fundament

NLP Habits-woorden

De eerste module van het basisprogramma.

Vier onderwerpen die je nodig hebt voor alle technieken daarna. Je rondt ze af en daarna kies je je eerste tracker.

G

Generalisatie

Termen uit de lessen

Van één ervaring een algemene regel maken.

"Ik kan niet presenteren." Meestal zit daar één mislukte presentatie achter. De vraag "nooit? echt geen enkele keer?" opent zo'n regel weer.

H

Habittracker

NLP Habits-woorden

Je oefenplek van 30 dagen bij één techniek.

Je krijgt elke dag één kleine opdracht van vijf minuten. Je vinkt af als je het gedaan hebt.

Herkaderen

Termen uit de lessen

Dezelfde situatie in een ander kader zetten.

Je collega is niet traag, hij is zorgvuldig. Het feit blijft gelijk. Je reactie erop verandert.

Herstelmoment

NLP Habits-woorden

De dag waarop je verder gaat na een gemiste dag.

Je begint niet opnieuw. Je gaat door waar je gebleven was. Dat is precies waar gewoontes op stuklopen bij de meeste mensen.

Het juiste niveau kiezen

Verdiepingsprogramma

Je bepaalt op welke laag je probleem echt zit — omgeving, gedrag, vaardigheid, overtuiging, identiteit of zingeving — en pakt het dáár aan.

Waar je het gebruikt: Bij elk plan dat steeds stukloopt of elke verandering die niet beklijft.

Bekijk deze techniek

I

In het beeld stappen of eruit stappen

Basisprogramma

Je kiest bewust of je een herinnering van binnenuit beleeft (geassocieerd) of ernaar kijkt als een film op een scherm (gedissocieerd).

Waar je het gebruikt: Overal waar een herinnering te veel of juist te weinig gevoel geeft.

Bekijk deze techniek

Invloed zonder direct advies

Verdiepingsprogramma

Je vertaalt een vastgelopen situatie naar een andere wereld, vertelt hem in zachte taal en laat de ander zelf de link leggen.

Waar je het gebruikt: Coachgesprekken, teamoverleg, lastige feedbackmomenten.

Bekijk deze techniek

J

Je eigen anker zetten

Basisprogramma

Je haalt een sterk gevoel levendig terug en koppelt er op de piek een uniek fysiek gebaar aan, zodat je dat gevoel later kunt aanzetten.

Waar je het gebruikt: Thuis om te bouwen, daarna vlak voor spannende momenten.

Bekijk deze techniek

Je tijdlijn aflopen

Basisprogramma

Je wijst aan waar je verleden en toekomst in de ruimte liggen, schuift oude ballast naar achteren en zet je doel op een concrete datum vóór je.

Waar je het gebruikt: Thuis of op een rustige plek waar je een paar meter kunt lopen.

Bekijk deze techniek

Je waarden paarsgewijs vergelijken

Verdiepingsprogramma

Je haalt je waarden voor één levensgebied boven water, vergelijkt ze twee aan twee met een scherpe of/of-vraag en zoekt waar je top 2 in de praktijk botst.

Waar je het gebruikt: Aan tafel, per levensgebied: werk, relatie of leven.

Bekijk deze techniek

K

Kijken naar wat verandert

Basisprogramma

Je vergelijkt twee momenten bij dezelfde persoon (ontspannen onderwerp tegenover spannend onderwerp) en let puur op de verandering in houding, ademhaling en gezichtskleur.

Waar je het gebruikt: Elk gesprek waarin je wilt weten hoe iemand er écht bij zit, niet alleen wat die zegt.

Bekijk deze techniek

L

Leiden

Termen uit de lessen

De ander meenemen naar een ander tempo of een andere stemming.

Werkt pas als je eerst gepacet hebt. Je verlaagt je tempo een beetje, de ander volgt vaak vanzelf.

Les

NLP Habits-woorden

De theorie en de reflectie bij één techniek.

Je leest, je denkt na en je vinkt de les af. Het oefenen zelf doe je in de tracker.

Logische niveaus

Termen uit de lessen

Zes lagen waarop een probleem kan spelen, van omgeving tot identiteit.

Omgeving, gedrag, vaardigheden, overtuigingen, identiteit en zingeving. Een probleem op het niveau van overtuiging los je zelden op met een nieuwe agenda.

M

Meta-model

Termen uit de lessen

Een set vragen die vage taal weer concreet maakt.

Iemand zegt: "Het gaat niet goed." Jij vraagt: wat precies, met wie, vergeleken waarmee? Zo haal je het echte verhaal boven.

Metaprogramma

Termen uit de lessen

Het vaste filter waarmee iemand informatie selecteert.

De een gaat op doelen af, de ander vermijdt problemen. De een wil het grote plaatje, de ander de details. Herken je het filter, dan sluit je makkelijker aan.

Milton-model

Termen uit de lessen

Bewust vaag praten, zodat de ander er zijn eigen betekenis in legt.

Het omgekeerde van het meta-model. Je gebruikt het om iemand rustig te maken of om ruimte te geven bij een idee.

Mini-test

NLP Habits-woorden

Een korte gratis test die laat zien waar jij nu staat.

Je krijgt de uitslag op het scherm en een uitgebreidere toelichting per e-mail.

Module

NLP Habits-woorden

Een groepje lessen rond hetzelfde thema.

Je werkt een module van boven naar beneden door. Elke les heeft een eigen tracker.

N

Nominalisatie

Termen uit de lessen

Een werkwoord dat een zelfstandig naamwoord is geworden.

"Er is geen communicatie." Communicatie kun je niet in een kruiwagen leggen. Vraag door: wie communiceert wat niet, tegen wie?

O

Outcome

Termen uit de lessen

Een doel dat concreet, positief en van jou is.

Niet "minder stress", maar "ik loop om half zes de deur uit". Je weet dan meteen of het gelukt is.

P

Pacen

Termen uit de lessen

Aansluiten bij het tempo en de taal van de ander.

Praat iemand rustig, dan zak je mee. Je bootst niet na, je sluit aan. Daarna kun je leiden.

Pacing en leading

Basisprogramma

Je sluit eerst aan bij het tempo, de toon en de houding van de ander (pacing) en verandert daarna zelf iets, zodat de ander meeveert (leading).

Waar je het gebruikt: Elk gesprek: aan de telefoon, in overleg, thuis aan tafel.

Bekijk deze techniek

Praktijkboek

NLP Habits-woorden

Al je aantekeningen van 30 dagen in één document.

Na dag 30 kun je het downloaden. Handig om terug te lezen wat er in die maand veranderde.

Praten in het denkniveau van de ander

Verdiepingsprogramma

Je hoort aan iemands sleutelwoorden op welk denkniveau hij zit en stemt je taal daarop af voordat je iets probeert te veranderen.

Waar je het gebruikt: Overleg, verkoopgesprek, thuis — overal waar je iets wilt laten landen.

Bekijk deze techniek

Predikaat

Termen uit de lessen

Een woord dat verraadt of iemand vooral ziet, hoort of voelt.

"Ik zie het niet zitten", "dat klinkt goed", "het voelt zwaar". Sluit je aan bij die woorden, dan snappen mensen je sneller.

R

Rapport

Termen uit de lessen

Het gevoel van klik en vertrouwen tussen twee mensen.

Zonder rapport werkt geen enkele techniek. Je bouwt het met aandacht, tempo en dezelfde soort woorden.

Reflectie

NLP Habits-woorden

Je eigen aantekening bij een les of een dag.

Niemand van NLP Habits leest mee. Je schrijft het voor jezelf.

Resource

Termen uit de lessen

Iets wat je al kunt en dat je in een lastige situatie kunt gebruiken.

Rust, humor, doorzetten. Je hebt het ergens al laten zien. De kunst is het meenemen naar het moment waar je het mist.

S

State

Termen uit de lessen

Je stemming en lichaamsgevoel op dit moment.

Je state bepaalt wat je zegt en hoe je reageert. Verander je houding en ademhaling, dan verandert je state ook.

Streak

NLP Habits-woorden

Het aantal dagen dat je achter elkaar hebt afgevinkt.

Fijn om te zien, maar geen doel op zich. Mis je een dag, dan pak je gewoon de draad op.

Submodaliteit

Termen uit de lessen

De details van een beeld, geluid of gevoel in je hoofd.

Groot of klein, kleur of grijs, dichtbij of ver weg. Pas je die details aan, dan verandert het gevoel dat erbij hoort.

Systemisch kijken

Verdiepingsprogramma

Je toetst een terugkerend probleem aan de drie basisregels — plek, volgorde en balans — en doet één kleine ingreep.

Waar je het gebruikt: Team, gezin, vereniging, elke groep waar hetzelfde gedoe terugkomt.

Bekijk deze techniek

T

Timeline

Termen uit de lessen

De manier waarop jij verleden, heden en toekomst voor je ziet.

Sommige mensen zien de toekomst recht voor zich, anderen naar rechts. Je gebruikt die lijn om een doel echt dichterbij te zetten.

TOTE

Termen uit de lessen

Een klein stappenplan: test, doe, test, klaar.

Je checkt waar je staat, je doet iets, je checkt opnieuw. Klopt het, dan stop je. Zo werkt bijna elke gewoonte.

Twee kanten op je handen leggen

Basisprogramma

Je geeft de twee vechtende kanten in jezelf een naam, legt ze op je handen, vraagt door tot je de gedeelde kern vindt en brengt je handen samen.

Waar je het gebruikt: Bij twijfel, uitstel of innerlijk getouwtrek: op een rustige plek, vijf tot tien minuten.

Bekijk deze techniek

V

VAKOG

Termen uit de lessen

De vijf zintuigen waarmee je informatie binnenhaalt.

Visueel, auditief, kinesthetisch, olfactorisch en gustatorisch: zien, horen, voelen, ruiken en proeven. De meeste mensen hebben een voorkeur voor één of twee.

Van vage wens naar scherp doel

Basisprogramma

Je loopt zes punten na tot je doel positief, van jou, meetbaar en concreet is, inclusief de winst van je oude gedrag en je eerste stap.

Waar je het gebruikt: Elk voornemen, doel of plan dat blijft hangen.

Bekijk deze techniek

Verdiepingsprogramma

NLP Habits-woorden

Stap 2: negen technieken die dieper gaan.

Waarden, overtuigingen, metaprogramma's en modelleren. Je volgt het na de basis.

Vervorming

Termen uit de lessen

Iets in je hoofd anders maken dan het is.

"Ze kijkt boos, dus ze vindt mij niks." Je vult in wat de ander denkt. Vraag het gewoon na.

Vooronderstellingen

Termen uit de lessen

De uitgangspunten waar NLP mee werkt.

Bijvoorbeeld: achter elk gedrag zit een positieve bedoeling. Je hoeft ze niet te geloven. Je kunt ze wel uitproberen en kijken wat er gebeurt.

Vragen die de mist optrekken

Basisprogramma

Je hoort weglatingen, vervormingen en generalisaties in wat iemand zegt en stelt er één rustige vraag over.

Waar je het gebruikt: Elk gesprek waarin het vaag blijft — ook je eigen gedachten.

Bekijk deze techniek

W

Waarneempositie

Termen uit de lessen

Vanuit wiens ogen je naar een situatie kijkt.

Je eigen ogen, die van de ander of die van een neutrale buitenstaander. Wissel je van positie, dan zie je vaak meteen de oplossing.

Weglating

Termen uit de lessen

Belangrijke informatie die uit een zin verdwijnt.

"Ik ben bang." Waarvoor precies? Wat er ontbreekt is meestal de kern.

Wisselen van plek: jij, de ander, de waarnemer

Basisprogramma

Je loopt bij een stroeve situatie fysiek drie plekken af: je eigen kant, de kant van de ander en de zijlijn.

Waar je het gebruikt: Elk conflict, lastig gesprek of gesprek dat je nog moet voeren.

Bekijk deze techniek

Van woord naar gewoonte

Een term begrijpen is stap één. Je gebruikt hem pas echt als je hem dertig dagen oefent, vijf minuten per dag. Dat is wat je in de programma's doet.