Denk aan iets vervelends van vorige week. Zie je een beeld? Is het groot of klein, kleur of grijs, dichtbij of ver weg?
Die details noemen we in NLP submodaliteiten. Lastig woord, simpel idee: je hoofd slaat ervaringen op als beeld, geluid en gevoel, met instellingen eraan. En aan die instellingen kun je draaien.
Waarom dit werkt
Je gevoel hangt niet alleen aan wat er gebeurde, maar aan hoe je het afspeelt. Een groot, fel beeld vlak voor je neus raakt je harder dan een klein, grijs plaatje ver weg. Zet je de knoppen anders, dan zakt de lading.
De knoppen
Beeld: grootte, kleur of zwart-wit, afstand, scherpte, beweging of stilstaand, met of zonder rand. Geluid: volume, snelheid, van wie de stem is, waar het geluid vandaan komt. Gevoel: waar in je lichaam, hoe zwaar, of het beweegt.
Oefening: haal de lading eraf
Pak iets mild vervelends. Niet je zwaarste herinnering — begin klein.
- Roep het beeld op. Merk op hoe het eruitziet.
- Maak het zwart-wit.
- Schuif het verder weg, tot het klein is.
- Zet er een lijstje omheen, alsof het een foto aan de muur is.
- Speel er een lachwekkend muziekje bij af.
- Check je gevoel. Van 1 tot 10: hoeveel is het gezakt?
Werkt het niet? Dan zat je waarschijnlijk bij een andere knop. Probeer eerst afstand, dan kleur, dan geluid.
En andersom
Je kunt de knoppen ook opdraaien bij iets wat je wél wilt. Roep een moment op waarop je scherp en rustig was. Maak het groter, feller, dichterbij, met geluid erbij. Merk wat er in je lichaam gebeurt. Dat is de basis onder ankeren.
Waar het vaak misgaat
- Je begint bij het zwaarste. Doe dat niet alleen. Trauma hoort bij een professional.
- Je doet het één keer. Je hoofd heeft herhaling nodig. Drie keer per dag, twee minuten, is beter dan één sessie van een half uur.
- Je denkt erover na in plaats van het te doen. Ogen dicht, beeld oproepen, knoppen draaien. Denken telt niet.
In de Practitioner-training loop je hier meerdere dagen mee door, inclusief de koppeling met ankeren.



