Waar gaat dit over?
Soms klikt een gesprek meteen. Je zit op dezelfde golflengte, je begrijpt elkaar half met een blik. Dat noemen we rapport. Het lijkt toeval, maar je kunt er veel aan sturen.
Zo werkt het
Mensen voelen zich prettig bij wie op hen lijkt. Niet in mening, maar in manier van doen. Je kunt op drie dingen meebewegen:
- Tempo. Praat iemand rustig, ga dan niet ratelen. Praat iemand snel, houd bij.
- Taal. Neem de woorden over die de ander zelf gebruikt. Zegt iemand "ik zie het niet meer zitten", zeg dan niet "ik hoor je". Blijf bij zien.
- Houding. Zit de ander achterover, spiegel dat rustig na een paar seconden. Subtiel, niet gelijktijdig.
De test: leiden
Weet je of er rapport is? Verander zelf iets — ga rechterop zitten of praat iets langzamer. Volgt de ander binnen een halve minuut, dan staat het contact. Volgt de ander niet, ga dan weer meebewegen.
Waar het vaak misgaat
- Naäpen. Als de ander het doorheeft, is het contact juist weg. Houd het klein en met vertraging.
- Alleen techniek. Rapport zonder echte aandacht voelt kil. De techniek versterkt je interesse, hij vervangt hem niet.
- Doorduwen. Je begint met leiden voordat er contact is. Eerst meebewegen, dan sturen.
Zo pas je het vandaag toe
Kies één gesprek vandaag. Doe alleen dit: neem het tempo van de ander over en gebruik drie keer een woord dat hij of zij zelf gebruikte. Kijk wat er verandert in hoe het gesprek loopt.



