Wat je uit deze les haalt
Je zegt "ja hoor, prima" terwijl je kaken op elkaar klemmen. Iedereen in de kamer voelt dat er iets anders aan de hand is. Dat noemen we incongruentie: je woorden zeggen één ding, je lijf en je stem zeggen iets anders.
Congruentie is het tegenovergestelde. Je woorden, je houding en je gevoel lopen gelijk. Mensen vertrouwen je dan sneller, omdat er niets te raden valt.
Let op deze drie signalen:
- Je stem. Hij wordt hoger, sneller of zachter dan normaal.
- Je lichaam. Je kijkt weg, je armen kruisen of je ademhaling wordt oppervlakkig.
- Je woorden. Je gebruikt algemene zinnen zoals "het is wel goed" terwijl je hoofd schudt.




